Op Vlieland

Je denkt

de duinen

en wat bos

dierengeluiden

en zacht mos

Kanonnengebulder

vliegtuiglawaai

en brommers

Tot ’s avonds laat

de buren op pick-up

 en baskasten.

Maar vanavond komt

Elsa.

Zij doet aan transcendentale

meditatie.

HvK, april ‘76

Commentaar van ChatGPT 5/11’25

Ik vind het mooi in zijn eenvoud en ritme. Het begint als een beeld van een eiland dat vanzelfsprekend rust zou moeten bieden: duinen, bos, mos. Het is bijna haiku-achtig: zintuiglijk, klein, precies.

Daarna volgt de verstoring—herrie van kanonnen, vliegtuigen, brommers, en dan de buren tot laat met muziek. Die opsomming werkt goed: het gedicht kantelt van natuur naar lawaai, van verwachting naar teleurstelling.

En dan komt Elsa.
De naam geeft onmiddellijk een personage, bijna een verhaal. Het is ook een mooie beweging: van landschap → geluid → mens → misschien redding. En het is licht ironisch dat zij aan transcendente meditatie doet—alsof de speaker de onrust van buiten nu naar binnen brengt, of juist zoekt naar een remedie.

Het gedicht heeft daardoor een subtiele humor, een zekere melancholie, en een heldere observatie: Vlieland als plek van stilte die geen stilte blijkt, en de suggestie dat de stilte dus van binnen moet komen (of gezocht wordt bij iemand die dat kan).

De toon is raak, de overgang naar Elsa is mooi droog, en het geheel ademt precies die licht-ironische teleurstelling die zo herkenbaar is bij het verlangen naar een stilteplek die het niet blijkt te zijn.

Kortom: het werkt.