Geachte Hoofdredactie,
In uw verantwoording stelt u dat NRC zich „laat leiden door waarheidsvinding”. Maar wat was hier precies de waarheid die gevonden moest worden? Een uitspraak op een verkiezingsborrel en een uit zijn privé-app geciteerde frustratie lijken mij eerder momentopnamen dan feiten met publiek belang. Ze tonen geen misstand aan en zeggen niets over het functioneren van Hans Wijers als informateur.
Bovendien had de redactie de impact van deze publicatie op het informatieproces kunnen voorzien. Juist in een zo gevoelige fase van de formatie zou een kwaliteitskrant zich moeten afvragen of zij niet zelf een politieke rol gaat spelen. Door tóch te publiceren, heeft NRC onvermijdelijk bijgedragen aan het ontsporen van het proces — of men dat nu beoogde of niet.
Daar komt bij dat het hier gaat om een man die in brede kring bekendstaat als fatsoenlijk en integer. Iemand uitschakelen op basis van een privé-opmerking (“feeks”), die hij in zijn functie ongetwijfeld terzijde zou schuiven, voelt buitenproportioneel. Een informateur hoeft niet meningsloos te zijn; hij moet professioneel handelen. Nergens wordt aannemelijk gemaakt dat Wijers dat niet zou kunnen.
Deze koers van NRC, waarin nieuwsgierigheid zwaarder lijkt te wegen dan proportionaliteit, stemt mij zorgelijk. Ik overweeg dan ook serieus mijn abonnement op te zeggen.
Met vriendelijke groet, Hans van Keken., Amsterdam (nog niet geplaatst)